31 maart 2018

Paaswake

Pater Frans Mulders
Hagunnankoor
o.l.v. Gaby Geluk
& Hans van der Meer

Woord van welkom

Ontsteken van paasvuur (achter in de kerk)
V. God, altijd heef het vuur de mensen geboeid. In het vuur, gevaarlijk en aanlokkelijk tegelijk hebben zij soms het teken van uw aanwezigheid. Zegen dit nieuwe vuur dat wij ontsteken in deze nacht. Laat het voor ons een teken zijn van het nieuwe leven. Waartoe Gij Jezus Christus hebt opgewekt. Hij die met U leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen

Versiering van de paaskaars
V. Jezus Christus werd aan het kruis genageld. Zijn beide handen en voeten werden doorboord en ut zijn doorstoken zijde vloeide water en bloed. De vijf wierooknagels die wij nu op de paarskaars aanbrengen, zijn een symbool van de vijf wonden van Christus.

Jezus Christus is dezelfde, gisteren, heden en tot in eeuwigheid. Hij is de alfa en de omega, de eerste en de laatste, de oorsprong en het einde. Hem zij de heerlijkheid en de macht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Moge Christus, de Heer, ons beschermen en behoeden door zijn heilige wonden. Amen.

Ontsteken van de paaskaars
V. Moge de Heer door zijn glorievolle verrijzenis alle duisternis van ons verdrijven.

Intocht met de paaskaars
V. Licht van Christus
A. Wij danken God (3x)

De priester bidt de zegebede over het licht.
V. Zegen het licht van deze paaskaars van de Petrus Banden gemeenschap. Hij is alfa en omega, begin en einde van ons leven, want ik ben er zeker van God, dat U er was, de U er bent, en dat u blijven zal een licht voor ons in duistere dagen.

Paasjubelzang
V. Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len laat juichen om die grote Koning, juichen om de overwinning! Laat de trompetten klinken in het rond! Vol vreugde zij ook de aarde, omstraald door zulk een heerlijkheid! De glorie van de eeuwige Koning! Heel de aarde zij vol vreugde, daar alle duister thans verdreven is.

Vol luister straalt de kerk van God op aarde en juichend klinken Paaszangen. Laat ook onze eigen tempel luide weerklinken van ons jubellied.
V. De Heer zij met u
A. En met uw geest.
V. Verheft uw hart.
A. Wij zijn met ons hart bij de Heer
V. Brengen wij dank aan de Heer, onze God.
A. Hij is onze dankbaarheid waardig.

V. Ja, Gij zijt onze dankbaarheid waardig, Vader en Heer van al wat bestaat. Met hart en ziel zingen wij U lof om Jezus Christus, uw Zoon, wiens bloed ons vrijheid en vergeving heeft gebracht.

Hij is het Paaslam, dat tot redding van Gods volk in deze nacht voor ons geofferd wordt. In deze nacht trekt Israël uit Egypte en gaat droogvoets door de Rode Zee. In deze nacht wijst een stralend licht de weg, het licht dat alle duisternis verdrijft. In deze nacht heeft Jezus Christus de ketenen van de dood verbroken en is Hij als overwinnaar uit de doden opgestaan

Hoe goed zijt Gij, Heer God, hoezeer hebt Gij ons liefgehad. Gij hebt uw Zoon gegeven voor onze bevrijding, zijn dood heeft onze schuldigheid doorkruist, ons lot heeft Hij ten goede gekeerd. Dit is de heilige nacht waarin duisternis wijkt en zonde wordt vergeven, vreugde komt voor droefheid, een gelukkige nacht, waarin God en mensen elkander vinden.

Koor. Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len, laat juichen om die grote Koning, juichen om de overwinning! Laat de trompetten klinken in het rond!

Heilige Vader, aanvaard in deze glorierijke Paasnacht het loflied dat de kerk toezingt en zij haar licht heeft ontstoken. Laat dit licht onverminderd schijnen, morgen en alle dagen in alles wat wij doen, in heel ons leven. Laat het zijn als de verrezen Christus, de morgenster, die, eens verrezen, nimmermeer zal ondergaan.
Wij bidden U, Heer, die ons geschapen heeft, geef vrede in onze dagen, laat de vreugde van dit Paasfeest voor ons een blijvende vreugde.

Koor. Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len, laat juichen om die grote Koning, juichen om de overwinning! Laat de trompetten klinken in het rond!

Openingslied: Hosanna
Volk: Hey Sanna, Hosanna, Sanna Sanna hey,
Sanna hey, Sanna Hosanna
Hey JC, JC won’t you smile at me?
Sanna Hosanna, Hey Superstar

Kajafas: Tell the rabble to be quiet, we anticipate a riot.
This common crowd, is much too loud.
Tell the mob who sing your song that they are fools and they are wrong. They are a curse. They should disperse.

Volk: Hey Sanna, Hosanna, Sanna Sanna hey,
Sanna hey, Sanna Hosanna
Hey JC, JC You’re alright by me!
Sanna Hosanna, Hey Superstar

Jezus: Why waste your breath moaning at the crowd?
Nothing can be done to stop the shouting.
If every tongue were stilled, the noise would still continue. The rocks and stone themselves would start to sing:

Volk: Hey Sanna, Hosanna, Sanna Sanna hey,
Sanna hey, Sanna Hosanna
Hey JC, JC won’t you fight for me?
Sanna Hosanna, Hey Superstar

Jezus: Sing me your songs, but not for me alone.
Sing out for yourselves, for you are blessed.
There is not one of you who can not win the kingdom.
The slow, the suffering, the quick, the dead.

Volk: Hey Sanna, Hosanna, Sanna Sanna hey,
Sanna hey, Sanna Hosanna
Hey JC, JC won’t you die for me?
Sanna Hosanna, Hey Superstar

Openingsgebed

1e lezing: Genesis 1, 1-31 – 2, 1-2
In het begin maakte God de hemel en de aarde. De aarde was helemaal leeg. Er was nog niets. De aarde was bedekt met water en het was er helemaal donker. De Geest van God waaide over het diepe water. En God zei: “Ik wil dat er licht is!” Toen was er licht. En God zag dat het licht goed was. God scheidde licht en donker van elkaar. Het licht noemde Hij ‘dag’ en het donker noemde Hij ‘nacht.’ Toen werd het avond en weer ochtend: de eerste dag was voorbij. En God zei: “Ik wil dat al het water zich in tweeën verdeelt.” Toen verdeelde het water zich in water boven in de lucht en water beneden op de aarde. Zo gebeurde wat Hij zei. Het bovenste deel noemde Hij ‘hemel.’ Toen werd het avond en weer ochtend: de tweede dag was voorbij. En God zei: “Ik wil dat het water beneden op de aarde naar één plek stroomt, zodat er ook droge grond tevoorschijn komt.” Wat Hij zei, gebeurde. De droge grond noemde Hij ‘aarde’ en het samengestroomde water noemde Hij ‘zee.’ En God zag dat het goed was. En God zei: “Ik wil dat er uit de aarde gras en allerlei planten en bomen ontstaan. Planten die zaden maken en bomen waar vruchten aan groeien. Alle soorten bomen moeten hun eigen soort vruchten krijgen met zaad er in.” Wat Hij zei, gebeurde. Er begon gras op de aarde te groeien en er ontstonden allerlei planten. Elke soort had zijn eigen soort zaad. En de bomen hadden allemaal hun eigen soort vruchten met zaad er in. En God zag dat het goed was. Toen werd het avond en weer ochtend: de derde dag was voorbij. En God zei: “Ik wil dat er lichten aan de hemel komen. Die zullen verschil maken tussen de dag en de nacht. En ze zullen aanwijzingen zijn voor de mensen. Ook zullen ze zorgen voor seizoenen, dagen en jaren. De lichten moeten aan de hemel staan en licht geven op de aarde.” Wat Hij zei, gebeurde. God maakte de twee grote lichten. Het grote licht moest overdag schijnen, het kleine licht ‘s nachts. Ook maakte Hij de sterren. God zette de lichten aan de hemel om licht te geven op de aarde. Ze moesten verschil maken tussen de dag en de nacht, en tussen licht en donker. En God zag dat het goed was. Toen werd het avond en weer ochtend: de vierde dag was voorbij. En God zei: “Ik wil dat het water vol zit met dieren en dat er in de lucht boven de aarde vogels vliegen.” Toen maakte God de grote en kleine zeedieren. Het water krioelde ervan. Hij maakte alle dieren verschillend, allemaal verschillende soorten. Ook maakte Hij allerlei vogels, allemaal verschillende soorten. En God zag dat het goed was. God zegende al die dieren en zei: “Krijg veel jongen, zodat er heel veel van jullie komen. De zee moet vol worden met zeedieren en de aarde moet vol worden met vogels.” Toen werd het avond en weer ochtend: de vijfde dag was voorbij. En God zei: “Ik wil dat er uit de aarde allerlei dieren ontstaan, allemaal verschillende soorten. Wilde dieren, vee, kruipende dieren, allemaal verschillende soorten.” Wat Hij zei, gebeurde. God maakte de wilde dieren, het vee en de kruipende dieren, allemaal verschillende soorten. En God zag dat het goed was. En God zei: “Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde.” En God maakte de mens. Hij maakte hem zó, dat hij heel veel op Hem leek. De mens leek heel erg op Hem. Hij maakte een man en een vrouw. God zegende hen en zei tegen hen: “Krijg veel kinderen, zodat er heel veel mensen komen. Ga over de hele aarde wonen en heers over de aarde. Zorg voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht en de kruipende dieren. Jullie mogen eten van alle planten, bomen en vruchten. Maar alle grote dieren, alle vogels en alle kruipende dieren mogen van het gras eten.” Dat gebeurde. En God keek naar alles wat Hij gemaakt had en het was heel goed. Toen werd het avond en weer ochtend: de zesde dag was voorbij.
Zo maakte God de hemel en de aarde en alles wat daarop leeft en groeit. Op de zevende dag was alles af en maakte God niets meer. Op de zevende dag rustte God uit van al zijn werk.

Tussenzang: Everything’s Alright
Maria: Try not to get worried, try not to turn on to problems that upset you oh don’t you know everything’s alright yes everything’s fine. And we want you to sleep well tonight. Let the world turn without you tonight. If we try we’ll get by so forget all about us tonight.
Sleep and I shall soothe you, calm you and anoint you. Myrrh for your hot forehead oh, then you’ll feel everything’s alright, yes everything’s fine. And it’s cool and the ointment sweet. For the fire in your head and feet. Close your eyes close your eyes and relax, think of nothing tonight.

Judas: Woman your fine ointment- brand new and expensive, should have been saved for the poor. Why has it been wasted? We could have raised maybe, three hundred silver pieces or more. People who are hungry, people who are starving, they matter more than your feet and hair.

Maria: Try not to get worried, try not to turn on to problems that upset you oh don’t you know everything’s alright yes everything’s fine. And we want you to sleep well tonight. Let the world turn without you tonight. If we try we’ll get by so forget all about us tonight.

Jezus: Surely you’re not saying, we have the resources, to save the poor from their lot? There will be poor always, pathetically struggling-Look at the good things you’ve got!
Think! while you still have me, Move! while you still see me. You’ll be lost and you’ll be sorry when I’m gone.

Maria: Sleep and I shall soothe you, calm you and anoint you. Myrrh for your hot forehead oh, then you’ll feel everything’s alright, yes everything’s fine. And it’s cool and the ointment sweet. For the fire in your head and feet. Close your eyes close your eyes and relax, think of nothing tonight.

2e lezing: Exodus 14, 1-31 – 15, 1
De Heer zei tegen Mozes: “Zeg tegen de Israëlieten dat ze naar Pi-Hachirot moeten gaan. Dat ligt tussen Migdol en de zee, recht tegenover Baäl-Zefon. Daar bij Pi-Hachirot moeten ze hun tenten opzetten, bij de zee. Dan zal de farao denken: ‘Ze zijn verdwaald. Ze kunnen niet verder nu ze bij de woestijn zijn gekomen.’ Ik zal ervoor zorgen dat de farao zó koppig zal zijn, dat hij hen zal achtervolgen. Dan zal Ik aan de farao en aan zijn hele leger laten zien hoe machtig Ik ben. De Egyptenaren zullen toegeven dat Ik de Heer ben.” Ze deden wat de Heer gezegd had. De koning van Egypte kreeg bericht dat het volk was gevlucht. Toen veranderden de farao en zijn dienaren van gedachten. Ze zeiden: “Wat hebben we gedaan? Hoe konden we zo dom zijn de Israëlieten te laten vertrekken? Nu zijn we onze slaven kwijt!” Hij liet zijn strijdwagen komen en riep zijn hele leger bij elkaar. Hij nam alle strijdwagens mee die hij had: 600 snelle strijdwagens vol krijgers. Want de Heer zorgde ervoor dat de farao koppig was. Daardoor achtervolgde hij de Israëlieten. Maar de Israëlieten trokken verder, geleid door God.
De farao achtervolgde hen met al zijn paarden en wagens en ruiters, zijn hele leger. Hij haalde hen in bij Pi-Hachirot, tegenover Baäl-Zefon. Want daar hadden ze hun tentenkamp opgezet bij de zee. Toen zagen de Israëlieten dat de Egyptenaren hen achterna waren gekomen. De farao was al vlakbij. Ze werden heel erg bang en schreeuwden tot de Heer. En ze riepen tegen Mozes: “Waren er in Egypte soms geen graven? Heb je ons meegenomen om ons te laten sterven in de woestijn? Waarom heb je ons uit Egypte gehaald? In Egypte zeiden we al tegen je: ‘Laat ons met rust! Laat ons gewoon slaven blijven van de Egyptenaren.’ Want het was beter geweest om slaven te zijn van de Egyptenaren, dan te worden gedood in de woestijn!” Maar Mozes zei tegen het volk: “Wees niet bang, houd moed! Vandaag zullen jullie zien hoe de Heer jullie zal redden. Want de Egyptenaren die jullie vandaag zien, zullen jullie nooit meer terugzien. De Heer zal voor jullie strijden. Wees maar rustig, jullie hoeven zelf niets te doen.” Toen zei de Heer tegen Mozes: “Waarom roep je zo luid tot Mij? Zeg tegen de Israëlieten dat ze hier moeten vertrekken. Strek je hand met je staf uit over de zee en splijt de zee. Dan zullen de Israëlieten midden door de zee kunnen gaan, over het droge. Maar Ik zal ervoor zorgen dat de Egyptenaren koppig blijven. Ze zullen hen achterna gaan door de zee. Dan zal Ik aan de farao en zijn hele leger, met al zijn strijdwagens en ruiters, laten zien hoe machtig Ik ben! Heel Egypte zal toegeven dat Ik de Heer ben.” De Engel van God was aldoor voor het volk Israël uit gegaan. Nu verliet Hij zijn plaats en ging achter hen staan. Ook de grote, hoge wolk verliet zijn plaats vooraan het leger en ging achter hen staan. Zo stonden zij tussen de Egyptenaren en de Israëlieten in. Aan de kant van de Egyptenaren was de wolk donker. Maar aan de kant van de Israëlieten gaf hij licht in de nacht. Daardoor kon de hele nacht het ene leger niet bij het andere leger komen. Mozes had zijn hand uitgestrekt over de zee. En de Heer zorgde ervoor dat er de hele nacht een harde oostenwind waaide. Daardoor stroomde het water van de zee weg, zodat de bodem droogviel. Zo werd het water in tweeën gedeeld. De Israëlieten gingen midden door de zee, over het droge. Het water stond als een muur links en rechts van hen. De Egyptenaren kwamen achter hen aan door de zee, met alle paarden, wagens en ruiters van de farao. Toen het ochtend werd, keek de Heer vanuit de wolk die aan één kant van vuur leek, naar het leger van de Egyptenaren. Hij bracht hen in verwarring en ze raakten in paniek. Hij liet de wielen van de wagens wegglijden in de modder. Daardoor kwamen ze maar met moeite vooruit. Toen zeiden de Egyptenaren: “Vlucht! Want de Heer strijdt aan de kant van de Israëlieten! Hij strijdt tegen ons!” Toen zei de Heer tegen Mozes: “Strek je hand uit over de zee. Dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren, hun wagens en hun ruiters.” Mozes strekte zijn hand uit over de zee. En zo stroomde toen het ochtend begon te worden, de zee terug over de drooggevallen bodem. In hun verwarring vluchtten de Egyptenaren het water tegemoet. Zo joeg de Heer de Egyptenaren de zee in. Het water stroomde terug en bedekte de wagens en ruiters. Het bedekte het hele leger van de farao dat hen achterna gegaan was. Niet één van hen bleef over. Maar de Israëlieten gingen over het droge door de zee. Het water stond als een muur links en rechts van hen. Zo bevrijdde de Heer die dag de Israëlieten uit de macht van de Egyptenaren. De Israëlieten zagen de Egyptenaren dood langs de zee liggen. Ze zagen wat een machtige daad God had gedaan tegen Egypte. En ze hadden diep ontzag voor de Heer. Ze geloofden in Hem en in zijn dienaar Mozes. Toen zong Mozes met de Israëlieten dit lied voor de Heer:

Alleluja vers

Evangelie: Marcus 16, 1-8
Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome olie met een lekkere geur. Daarmee wilden ze het lichaam van Jezus gaan verzorgen. 2Op zondag gingen ze naar het graf. Het was heel vroeg in de ochtend, de zon kwam net op. Onderweg zeiden ze tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen wegrollen die voor de ingang van het graf ligt?’ Het was namelijk een erg grote steen. Maar toen ze bij het graf kwamen, zagen ze dat de steen al weggerold was.
De vrouwen gingen het graf binnen. Daar zagen ze een jonge man zitten. Hij zat aan de rechterkant en hij droeg witte kleren. De vrouwen schrokken vreselijk. Maar de jonge man zei: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn. Ik weet dat jullie op zoek zijn naar Jezus uit Nazaret. Hij is gestorven aan het kruis. Maar hij is opgestaan uit de dood. Hij is niet hier. Kijk, hier heeft hij gelegen.’ De jonge man zei verder: ‘Jullie moeten naar Petrus en de andere leerlingen gaan. En jullie moeten tegen hen zeggen dat Jezus naar Galilea gaat. En dat ze hem daar zullen zien. Precies zoals Jezus ook al gezegd heeft.’
De vrouwen gingen het graf uit. Ze vluchtten weg, want ze waren vreselijk geschrokken. Ze vertelden niemand iets, omdat ze zo bang waren.

Acclamatie: Uitgesproken Hier Gehoord
Uitgesproken, hier gehoord,
in het donker een lichtend woord.

Leven als nooit, een nieuwe aarde
voor wie dit woord doen en bewaren.
Woord dat in daden wordt verstaan:
het licht aanvaard, het recht gedaan.

Overweging

Wijding van het water
Geloofsbelijdenis

We worden nu allemaal gezegend met water.

Lied: Met Zijn Stroming Mee
Water langs mijn ziel
Spiegelt een stukje van mijzelf.
Water langs mijn ziel
Het overspoelt en maakt mij nieuw.
Kan ik ook Jou daar zien
In levend water misschien?

Refrein: Water in mij, maak mij vrij,
Water door mij, maak mij vrij,
Water langs mij, maak mij vrij.
Water ga en maak mij vrij!

Water langs mijn hart
Als branding heb ik het gevoeld.
Water langs mijn hart
Laat zien waarvoor ik ben bedoeld.
Kan ik ook Jou daar zien
In levend water misschien? Refrein.

Intermezzo
– Het altaar wordt klaargemaakt
– Er wordt gecollecteerd
Intenties
Gebed over de gaven:

Tafelgebed:
P. De Heer zal met U zijn;
A. De Heer zal U bewaren.
P. Verheft Uw hart;
A. Wij zijn met ons hart bij de Heer.
P. Brengen wij dank aan de Heer, onze God;
A. Hij is onze dankbaarheid waardig.

Wij danken U, God; alle leven komt uit uw hand. U hebt het ons gegeven en ziet ons graag gelukkig. Daarom hebt U Jezus uit de dood gered; als eerste van ons allen hebt U Hem het nieuwe leven geschonken. Zo hebt U ook aan ons beloofd; een leven zonder einde, zonder pijn en zonder tranen. Zo hebt U ons gemaakt en mogen wij Uw kinderen zijn. Blij danken wij U hiervoor met alle mensen die in U geloven. Hij heeft ons verteld hoe U ons roept over de dood tot eeuwig leven. Hij wees ons ook de weg daarheen; een weg van liefde, heel zijn leven lang. Op dit ogenblik brengt Hij ons samen rond deze ene tafel om te doen wat Hij heeft voorgedaan. Hij kwam in de wereld, omdat de mensen U verlaten hadden en vreemden waren voor elkaar. Hij heeft onze ogen en onze oren geopend en ons gezegd wie wij zijn; broeders en zusters van elkaar, kinderen van U, onze Vader. Op dit ogenblik brengt Hij ons samen rond deze ene tafel om te doen wat Hij heeft voorgedaan.
Goede Vader, heilig deze gaven, brood en wijn, zodat zij lichaam en bloed worden van Jezus Christus, uw Zoon. Want op de avond voordat Hij zijn leven voor ons gaf, was Hij met zijn vrienden voor het laatst aan tafel.
Hij nam brood, dankte U, brak het, gaf het aan hen en zei:
“Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt”.
Zo nam Hij ook de beker met wijn, dankte U, gaf hem aan zijn leerlingen en zei: “Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het altijddurende verbond, dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden”. Daarna zei Hij tot hen: “blijft dit doen om Mij te gedenken”.
Daarom zij wij hier samen, Vader, en denken blij en dankbaar aan wat Jezus deed voor ons geluk. Zijn offer heeft Hij aan de Kerk gegeven: zo vieren wij Zijn dood en Zijn verrijzenis. Heilige Vader in de hemel, wij bidden U: neem ons op in Uw liefde, samen met Jezus, Uw beminde Zoon. Hij is voor ons gestorven maar U hebt Hem nieuw leven gegeven.
Vader, U hebt ons uitgenodigd om hier aan deze tafel te eten van het brood, het lichaam van Christus, onze Heer; zo maakt U ons blij door de Heilige Geest.
Wij bidden U: maak ons door dit brood ook sterk, en geef dat wij meer en meer gaan doen wat U van ons verwacht.
Denk, Heer, aan paus N. en aan onze bisschoppen. Vervul het hart van uw gelovigen met de vreugde om het Paasfeest; laat hen blijdschap brengen aan allen die leven in verdriet. God, onze Vader, breng ons allen eenmaal thuis bij U en bij Christus, uw Zoon, samen met Maria, zijn Moeder, en met alle heiligen. Dan zullen wij met Jezus Christus voor altijd gelukkig zijn.

A. Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de Heilige Geest, hier en nu, en tot in eeuwigheid, Amen.

Onze Vader (gezongen):
Onze Vader in de hemel, laat ons allen tezamen gelukkig zijn, tevreden zijn, met wat U ons geeft, met al wat leeft, ja, laat dat zo zijn.

Onze vader in de hemel, geef toch daag’lijks uw brood aan iedereen, niemand alleen, vergeef mij mijn schuld zoals ik dat moet, aan anderen hun schuld, vergeven zal.

Vader, zend uw geest naar de mensen hier, maak ons als uw Zoon, die ons leerde dat wij moeten houden van elkaar, houden van elkaar.

Onze Vader in de hemel, laat ons allen tezamen gelukkig zijn, tevreden zijn, met wat U ons geeft, met al wat leeft, ja, laat dat zo zijn, laat dat zo zijn.

Vredeswens

Communie
Wij zijn hier gewend om het Brood te dopen in de beker.

Lied: Geef Mij Nu Je Angst
Je zegt ‘Ik ben vrij’, maar jij bedoelt ‘Ik ben zo eenzaam’
je voelt je te gek zeg jij, maar ik zit niet te dromen
want die blikken in je ogen zeggen alles tegen mij
Ik voel me precies als jij en jij kan eerlijk zijn.

Je voelt je heel goed zeg jij, je mond begint te trillen
ik weet dat ik jou kan helpen, maar je moet zelf willen.
Elkaar nu een dienst bewijzen dat is alles wat ik vraag
zet weg nu die angst ik wist het al het is mijn dag vandaag.

Refrein: Geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug.
Geef mij nu de nacht, ik geef je de morgen terug.
zolang ik je niet verlies vind ik heus wel een weg met jou.

Kijk mij nu eens aan, nee zeg maar niks, je mag best zwijgen.
Het valt nu nog zwaar, maar ik weet dat ik jou kan krijgen.
Dit hoeft nooit meer te gebeuren als je bij me blijft vannacht.
Want dan zul je zien als je straks wakker wordt dat jij weer lacht.

Geef mij het gevoel dat ik er weer bij hoor voortaan.
Ik ga met je mee en ik laat je nu nooit meer gaan. Refrein

Voorbeden
Slotgebed

Mededelingen

Zending en zegen
Slotlied: U Zij de Glorie
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.
Uit een blinkend stromen, daald’ een engel af,
heeft de steen genomen van ’t verwonnen graf:
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.

Ziet Hem verschijnen, Jezus, onze Heer!
Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.
Weest dan, volk des Heren, blijd’ en welgezind,
en zegt telkenkere: ‘Christus overwint!’
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,
die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?
In zijn godd’lijk wezen is mijn glorie groot,
niets heb ik te vrezen in leven en in dood.
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.