7 januari 2018

De ster boven Betlehem

Pastor A. Tönis
Hagunnankoor
o.l.v. Gaby Geluk
& Hans van der Meer  

Openingslied: Wij komen tezamen
Wij komen tezamen, zoekend naar de vrede,
En vinden de reden in Bethlehem:
God van zo hoge naar ons toegebogen!
Komt laten wij hem zoeken (3x) in elkaar.

Wij groeten de herders armen van de aarde
Die God ziet ontaarden in macht, geweld.
Wij zien en weten dat wij hen vergeten.
Komt laten wij hen vinden (3x) overal.

Wij groeten de wijzen, naam en huis verloren,
Op reis om te horen waar God zich meldt.
Al wat zij zagen was een kind vol vragen.
Komt laten wij hen volgen (3x) in geloof.

Woord van welkom
Openingsgebed

Tussenzang: How many kings?
Follow the star to a place unexpected,
Would you believe after all we’ve projected?
A child in a manger?

Lowly and small, the weakest of all, unlikeliest hero,
Wrapped in his mother’s shawl, just a child,
Is this who we’ve waited for?

How many kings step down from their thrones?
How many lords have abandoned their homes?
How many great have become the least for me?
How many Gods have poured out their heart,
To romance a world that is torn all apart?
How many fathers gave up their sons for me?

Bringing our gifts for the new born Saviour,
Al that we have, whether costly or meek.
Because we believe.

Gold for his honour, and frankincense for his pleasure,
And myrrh for the cross he will suffer, do you believe?
Is this who we’ve waited for?

How many kings step down from their thrones?
How many lords have abandoned their homes?
How many great have become the least for me?
How many Gods have poured out their heart,
To romance a world that is torn all apart?
How many fathers gave up their sons for me?

All for you, all for me.

How many kings step down from their thrones?
How many lords have abandoned their homes?
How many great have become the least for me?
How many Gods have poured out their heart,
To romance a world that is torn all apart?
How many fathers gave up their sons for me?

All for you, all for me.

Eerste lezing: Jesaja 60, 1-6
Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de Heer. Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de Heer, zijn luister is boven jou zichtbaar. Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel.
Open je ogen, kijk om je heen: ze stromen in drommen naar je toe; je zonen komen van ver, je dochters worden op de heup gedragen. Je zult stralen van vreugde als je het ziet, je hart zal van blijdschap overslaan. De schatten van de zee zullen je toevallen, de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot. Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa. Uit Seba komen ze in grote getalen, beladen met wierook en goud. Zij verkondigen de roemrijke daden van de Heer.

Evangelie: Matteüs 2, 1-12
Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’ Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden.
‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: “En jij, Betlehem in het land van Judea, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’ Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’ Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud, wierook en mirre. Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.

Acclamatie: Zijn naam gaat rond
Zijn naam gaat rond over heel de aarde,
Een woord vol vrede van mens tot mens.

Overweging

Geloofsbelijdenis (gezongen):
Ik geloof in God de Vader, de bron van mijn bestaan.
En de opdracht in ons leven, een ander bij te staan
Gemaakt om te vergeven, te leven met elkaar.
Gelijke rechten, vrede, geen gevaar!

Ik geloof in God de Vader, de stem die mij uitdaagt.
Te geloven in Zijn woorden.
Het Woord dat één ding vraagt, de kracht om vol te houden
En dan bemerk ook jij, de liefde tussen mensen dat is Hij!

Uit liefde gaf Hij ons Zijn Zoon om ons van dienst te zijn.
Vergoot Zijn bloed op Golgotha, leed voor ons mensen pijn.
Maar Hij is weer verrezen, Hij stond op uit de dood.
Zijn boodschap aan de mensen is: Deel met je naaste brood!

Wij geloven in een toekomst, wij zijn er naar op weg.
Met Zijn geest om ons te leiden, zoals het is voorgezegd.
De zege van Gods liefde, het doel van onze reis:
Een leven in het eeuwige paradijs! (2x)

Voorbeden
Intermezzo: Klaarmaken van de tafel & collecte

Tafelgebed
V: God van alle leven, Heer van ons bestaan, met heel uw wezen hebt Gij U naar uw mensen toegekeerd, en heel uw hart gaat blijvend naar ons uit. Op uw adem leven mensen van alle eeuwen, raken volkeren bezield van U, en mag Israël, uw volk, onder uw hoede leven.

A: Gij hebt ons aanvaard als mensen die U toebehoren, die mogen leven voor uw aangezicht. Vóór wij er waren, hebt Gij ons al gezien en in uw liefde ons helemaal opgenomen. Uw schepping zijn wij, God, in hart en nieren; Gij kent ons gaan en staan, en wat wij doen, Gij zijt ermee vertrouwd. Niet ons komt het toe dat wij leven, ons bestaan is geheel onverdiend. Alleen aan uw trouw en uw liefde komt eer toe, God in ons midden. Vanuit uw hemel hebt Gij ons de aarde toevertrouwd; en al onze levensdagen ons geluk en zegen toebedacht.
V: Tot zelfs in diepe nacht hebt Gij voor ons uw hart geopend, en in een mensenkind -voor ons geboren- uw trouw geopenbaard: verschenen is het Licht in de Redder der wereld, Jezus die Messias is, God-met-ons is zijn naam. In die dagen deelde Hij met ons het leven, en was Hij trouw tot stervens toe.
Daarom smeken wij U, God in ons midden, beziel met uw Geest deze gaven van brood en wijn, die ons herinneren aan het leven van Jezus. Want op de avond voor zijn lijden nam Hij brood, en na de zegenbede, brak Hij het voor ons. Hij deelde ervan uit en sprak de woorden:
‘Neem en eet hiervan gij allen: dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt ter gedachtenis van Mij.’
Zo nam Hij ook de beker, en dankte U opnieuw, en liet hem rondgaan met de woorden: ‘Dit is het nieuwe en blijvende verbond, dit is mijn bloed dat voor u wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijf dit doen om Mij te gedenken.’ Verkondigen wij het mysterie van ons geloven:
A: Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren, totdat Hij komt.
V: In zijn lijden, God, gedenken wij het leed van heel uw aarde, van al uw mensen, die in duisternis gevangen zijn. In zijn verrijzen vieren wij het licht van over onze dood, maar ook dat wij elkaar opnieuw het leven kunnen geven Want zo geeft Gij uw Geest aan ons. Wij bidden U: zend dan uw Geest die onze ogen opent voor het geheim van alle leven; die onze stem doet spreken over wat geen mens ooit heeft gezien; die in ons hart te binnen brengt, hoe Gij, God, uw leven delen wilt met ons. Dat deze Geest ons klaar maakt voor de weg, die Gij ons wijst: barmhartigheid en verzoening, liefde en recht, vrede op aarde, zoals Jezus uw Zoon.
A: In Hem prijzen wij uw Naam, heilige God, want U alleen komt alle eer toe. Door Hem, met Hem en in Hem is U, God, hemelse Vader, alle glorie, lof en dank, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw rijk kome,
Uw wil geschiede
Op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,
En breng ons niet in beproeving
Maar verlos ons van het kwade.

Vredeswens: Song of peace
If I could have one wish come true,
It would be peace for me and you.
Peace in our hearts and peace of mind,
Peace now and ever for all mankind.
So may our voices never cease,
So may we sing our songs of peace.

Communie
Lied: De herdertjes
De herdertjes lagen bij nachte,
Zij lagen bij nacht in het veld.
Zij hielden vol trouwe de wachte,
Zij hadden hun schaapjes geteld.
Daar hoorden zij d’engelen zingen,
Hun liederen vloeiend en klaar.
De herders naar Bethlehem gingen,
‘T liep tegen het nieuwe jaar.

Toen zij er te Bethlehem kwamen,
Daar schoten drie stralen dooreen:
Een straal van omhoog zij vernamen,
Een straal uit het kribje beneên.
Toen vlamd’ er een straal uit hun ogen,
En viel op het kindeke teer.
Zij stonden tot schreiens bewogen,
En knielden bij Jezus neer.

Slotgebed

Mededelingen
Zending en Zegen

Slotlied: Eer Zij God
Eer zij God in onze dagen, eer zij God in deze tijd,
Mensen van het welbehagen: roept op aarde vrede uit.

Refrein: Gloria in Excelsis Deo (2x)

Eer zij God die onze Vader en die onze Koning is.
Eer zij God die op de aarde naar ons toegekomen is. Refrein.

Lam van God Gij hebt gedragen alle schuld tot elke prijs.
Geef in onze levensdagen peis en vree, kyrieleis. Refrein.

Het Hagunnankoor wenst je
een fijne zondag!

Wij zingen weer op 11 februari.

Vond je het mooi?
Kom eens kijken bij de repetitie.
We repeteren op maandagavond
om 20:00 in de kerk.