29 mei 2016

Hebben of Zijn

29 mei 2016
Pastor A. Tönis

Hagunnankoor
o.l.v. Marlies Zutt
& Hans van der Meer  

Openingslied: Geef mij je hand
Refrein: Geef mij, geef mij je hand
Samen door het leven gaan. 2x

We zouden altijd kunnen geven aan elkaar
zorgen dat je niemand vergeet.
Eindelijk te denken voor je iets begint,
in de ander liefde vind. Refrein.

We zouden altijd kunnen werken voor elkaar
iets bouwen voor ons allemaal.
Maken dat de hele wereld leefbaar wordt:
een thuis voor iedereen, voor jou. Refrein.

We zouden altijd kunnen leven in een land
waar ieder recht op leven heeft.
Aan alle angst en twijfel nu een einde komt,
en iedereen weer lachen kan. Refrein.

Woord van welkom
Inleiding op de viering
Openingsgebed

Eerste lezing
Aan het begin van de vorige eeuw verscheen er een boek van de Franse filosoof Gabriël Marcel dat als titel droeg: ‘être et avoir’: ‘zijn en hebben’. Dat boek maakte toen en maakt eigenlijk nog steeds grote indruk. Het appelleert op twee overbekende manieren aan de wijze waarop ieder van ons in het leven kan staan.
Kies je voor ‘hebben’; is alles wat bij jou de klok slaat vooral “ik”? Of hecht je er veel meer aan om ‘te zijn’. Daarmee bedoelen we van harte te zijn voor de mensen om je heen? Gaat het in jouw en in mijn leven om ‘hebben’, of gaat het er ons om, zorgend en met liefde er te zijn voor anderen?

Lied: De bloem
Het gras speelt in de ochtend een duif roept naar een duif
de bomen zijn te oud.
De deuren vliegen open twee buren goeie vrienden
hebben elk hun huis gebouwd.
Met wat er dagelijks overschoot van al hun harde werken,
de rest dat laat hun koud.
Ze schenken vast de glazen en aandacht aan hun kranten
de zon die is van goud.

Het gras vergeet zijn spel opeens en ziet dat in zijn handen
een wonder is gaan staan.
Een bloem met gele kleuren aan wild geurend in de lente
waar komt een bloem vandaan.
En dansend van betovering zijn allebei de mannen
snel naar de plek gegaan.
Ze vragen zich in stilte af de buren zijn geen buren meer
de buren vallen aan.

Want wie zomaar een bloem ontdekt die wil haar dadelijk hebben
ze staat toch op mijn land.
De mannen richten hekken op een bukt zich om te plukken
een schoen gebroken hand.
Ze slaan elkander op het hoofd de bloem staat geel te schreeuwen
vecht toch niet om me want:
Een bloem weet beter dan een mens dat’t einde niet meer ver kan zijn
waar de begeerte brand.

Ze kan het zelf niet helpen haar geel raakt bloed doorlopen
dat is wat mensen doen.
En niemand die het treurig vindt de kranten melden erger
en het gras dat is nog groen.
Maar toen de buurlui in hun tuin het graf hadden gevonden
hun naam vergaan was toen.
Verrees daar in het ochtendlicht naast’t kruis boven de zoden
opnieuw een gele bloem.

Evangelie: Lucas 9,11-17
Maar toen de mensen merkten waar Jezus was, gingen ze hem met een grote groep achterna. Jezus stuurde hen niet weg, maar vertelde hun over Gods nieuwe wereld. En hij maakte de zieke mensen beter. Het werd avond. De twaalf leerlingen kwamen naar Jezus toe. Ze zeiden: ‘U moet al die mensen wegsturen. Want hier is niets te eten, en er is geen plek om te slapen. Ze kunnen beter naar de dorpen en de boeren in de buurt gaan.’ Maar Jezus zei: ‘Nee, geven jullie hun maar te eten.’ De leerlingen zeiden: ‘Dat kan niet! Er zijn wel vijfduizend mensen. En we hebben maar vijf broden en twee vissen. Of moeten we soms voor al deze mensen eten gaan kopen?’ Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Verdeel de mensen in groepen van ongeveer vijftig, en zeg dat ze moeten gaan zitten.’ De leerlingen deden wat Jezus gezegd had, en iedereen ging zitten. Toen nam Jezus het brood en de vis. Hij keek omhoog naar de hemel en dankte God voor het voedsel. Daarna brak hij het brood en de vis in stukken. Hij gaf het aan de leerlingen, en zij deelden het uit aan de mensen. Alle mensen konden eten zo veel als ze wilden. Het eten dat overbleef, werd verzameld. Het waren twaalf manden vol.

Acclamatie: Woorden van leven
Woorden van leven, liefde in overvloed.
Reikende hand, een richting te gaan.
Jou tegemoet, jij bron van bestaan.

Overweging
Geloofsbeleidenis: Ik geloof in God de Vader
Ik geloof in God de Vader, de bron van mijn bestaan.
En de opdracht in ons leven, een ander bij te staan
Gemaakt om te vergeven, te leven met elkaar.
Gelijke rechten, vrede, geen gevaar!

Ik geloof in God de Vader, de stem die mij uitdaagt.
Te geloven in Zijn woorden.
Het Woord dat één ding vraagt, de kracht om vol te houden
En dan bemerk ook jij, de liefde tussen mensen dat is Hij!

Uit liefde gaf Hij ons Zijn Zoon om ons van dienst te zijn.
Vergoot Zijn bloed op Golgotha, leed voor ons mensen pijn.
Maar Hij is weer verrezen, Hij stond op uit de dood.
Zijn boodschap aan de mensen is: Deel met je naaste brood!

Wij geloven in een toekomst, wij zijn er naar op weg.
Met Zijn geest om ons te leiden, zoals het is voorgezegd.
De zege van Gods liefde, het doel van onze reis:
Een leven in het eeuwige paradijs! (2x)

Voorbeden
Laat ons bidden
Dat we onszelf geven
In de manier waarop we met elkaar praten,
In de manier waarop we met elkaar omgaan.

Laat ons bidden
Dat we het beste van onszelf geven
In de belangstelling die we voor elkaar hebben
In de hulp die we elkaar kunnen bieden

Laat ons bidden
Dat we ontdekken, dat we meer in huis hebben
Dan we zelf vermoeden,
Dat we veel meer te geven hebben
Dan we zelf voor mogelijk houden.

Intermezzo: Klaarmaken van de tafel & collecte
Lied: Het leven brengt steeds leven voort

Het leven brengt steeds leven voort,
omdat bij leven toekomst hoort.
Het stroomt door mensen naar elkaar,
‘t is daarom zo klein en breekbaar.
‘t Lijkt verdwenen met de wind,
die dagen waar ik niemand vind.
Maar wachten kan verwachten zijn,
dat weer iemand leven geeft aan mij.

Refrein: Harmonie, harmonie,
Denk dat wij elkaar weer zien.
Omdat wij hier mensen zijn,
Die in harmonie tesamen zijn.

En waar nog mensen steeds bestaan,
die de kloof aan stukken slaan,
die er tussen ons kan zijn,
worden wij steeds verder bevrijd.
Waarom dan ieder van ons leeft,
tot wie de ander toegang heeft,
daar ligt de weg die ons weer bindt,
waar de mens d’andre mens weer vindt. Refrein.

Tafelgebed
V. Gezegend zijt Gij, God, want wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord; wat in geen mensenhart is opgekomen hebt Gij, God, bereid voor allen die U liefhebben.
Gezegend zijt Gij, God, want Gij hebt U geopenbaard als een God die er alles voor over heeft, als wij mensen maar tot leven komen.

A. Zoals een moeder haar kind draagt, zoals een vader opkomt voor zijn zoon, zo zijt Gij voor ons een trouwe God die doet wat Gij zegt; die uw verbond bewaart.
Ook als ons hart ons aanklaagt, uw hart is groter dan een mensenhart.
Ook als wij worden verscheurd door onze gebrokenheid, uw barmhartigheid kent geen grens.

V. Biddend en vol eerdbied willen wij gedenken wat Gij voor ons hebt gedaan in Jezus uw Zoon.
Heilig dan deze gaven door de dauw van uw Geest opdat zij lichaam en bloed worden van onze Heer Jezus Christus, die, getekend als een slaaf, zichzelf heeft overgeleverd.
Hij werd brood, voor ons gebroken, een beker die overvloeit van leven, het lam dat de zonde wegneemt.
Die – ten teken van wat Hem bezielde – op de avond voor zijn lijden en dood het brood nam, de zegenbede uitsprak, het brood brak en uitdeelde met de woorden: ‘Neemt en eet hiervan, gij allen, dit is mijn lichaam dat voor u wordt gebroken. Doe dit tot mijn gedachtenis’.

Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, zegende U, en liet hem rondgaan met de woorden: ‘Neemt en drinkt hieruit, dit is de beker van het nieuwe verbond, dit is mijn bloed, voor u vergoten tot vergeving van zonden. Doet dit tot mijn gedachtenis’.

Daarom, God, gedenken wij zijn lijden en dood, en in Hem allen die lijden en sterven, die zijn weg gaan ten einde toe. En wij roepen zijn Naam, de Levende, verrezen voor altijd, Jezus de Heer, de Gezalfde, uw dienstknecht.
En wij bidden U: Zend ons uw heilige Geest, adem ons open, opdat wij ontvankelijk mogen zijn voor het geheim van ieder mens.

A. Verwarm ons hart opdat wij het wonder van ons leven mogen beschermen voor elkaar. Besproei ons met de dauw van uw mildheid en mededoen, opdat wij elkaar van dag tot dag met nieuwe ogen mogen zien; opdat wij elkaars tekorten mogen dragen.

V. Maak ons krachtig en sterk, opdat wij wegen mogen zoeken van vrede. Dat ons hart vol mag zijn van uw gerechtigheid voor allen die leven.
En laat die gezindheid in ons heersen die was in Hem, Jezus uw Zoon, opdat wij op Hem mogen gelijken in leven en sterven.

A. Zo willen wij uw Naam verheerlijken door Hem, met Hem en in Hem, die met U leeft in de eenheid van de Geest, God van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Amen.

Onze vader: Gezongen
Onze Vader in de hemel, laat ons allen tezamen gelukkig zijn,
tevreden zijn, met wat U ons geeft, met al wat leeft,
ja, laat dat zo zijn.

Onze vader in de hemel, geef toch daag’lijks uw brood aan
iedereen, niemand alleen, vergeef mij mijn schuld zoals ik dat
moet, aan anderen hun schuld, vergeven zal.

Vader, zend uw geest naar de mensen hier,
maak ons als uw Zoon, die ons leerde dat
wij moeten houden van elkaar, houden van elkaar.

Onze Vader in de hemel, laat ons allen tezamen gelukkig zijn,
tevreden zijn, met wat U ons geeft, met al wat leeft,
ja, laat dat zo zijn, laat dat zo zijn.

Vredeswens
Communnie

Lied: Lied van de gewone mensen
Een mens leeft niet van brood alleen,
maar van de mensen om hem heen,
die zijn van God geboren.
Zo leven wij van land tot land:
en niemand loopt en niemand loopt
en niemand loopt verloren.

En als de Heer het land niet geeft,
dan is er niemand die het heeft,
dan blijven woorden dromen.
Alleen wie leeft op goed geluk,
die ziet het ooit, die ziet het ooit,
die ziet het ooit wel komen.

Geluk komt door de tranen heen,
dat is de weg voor iedereen
en niemand kan het maken.
Het groeit als koren in de nacht
en niemand hoeft en niemand hoeft
en niemand hoeft te waken.

Wat hoop en toekomst zullen zijn,
overal is geboortepijn,
zover wij kunnen kijken.
Maar God is God, zijn woord een woord,
wat wil je meer, wat wil je meer,
wat wil je meer bereiken.

Slotgebed
Mededelingen
Zending en Zegen

Slotlied: We are the world
There comes a time when we need a certain call, when the world must come together as one. There are people dying and it’s time to lend a hand, to life, the greatest gift of all.

We can’t go on pretending day by day, that someone, somewhere will soon make a change. We are all a part of God his great big family and the truth, you know love is all you need.

Refrein: We’re the world, we are the children, we are the ones who make a brighter day, so let’s start giving.
There’s a choice we’re making, we’re saving our own lives, it’s true we’ll make a better day just you and me.

Send them your heart so they’ll know that someone cares and their lives will be stronger and free as God has shown us by turning stones to bread so we all must lend a helping hand. Refrein.

When you’re down and out, there seems no hope at all, but if you just believe there’s no way we can fall. Let us realize that a change can only come, when we all stand together as one! Refrein.